Antwerpen Mobiliteit Veiligheid Wetenschap

Luchtvervuiling: hoe gezond is fietsen in ’t Stad?

Delen magShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestEmail this to someone

Fietsers zijn weerloos tegen luchtvervuiling, en de bekende gezondheidrisico’s ervan – hart- en longaandoeningen, beroerte en kanker – gelden nog meer voor wie beweegt in de stad. Maar vergeet niet dat je op de fiets ook in beweging bent, en dat levert dan weer een pak gezondheidsvoordelen op.

‘Als je in Antwerpen gezond wil sporten, doe het dan binnen’, waarschuwde sportarts Chris Goossens in 2011 op een persconferentie van Ademloos en stRaten-generaal – twee actiegroepen die strijden voor een betere luchtkwaliteit in de Scheldestad. In dezelfde week bracht de Britse arts Jonathan Grigg een soortgelijk verhaal op een conferentie in Amsterdam. Onderzoek van – slechts vijf – fietsers in Londen toonde aan dat zij gevaarlijk veel meer roetdeeltjes inademen dan ‘passieve’ stadsbewoners, wat het risico op een hartinfarct verhoogt. Tel daarbij het verhoogd risico op een (fataal) fietsongeval, en we zouden kunnen besluiten dat fietsen in de stad ongezond – en dus not done – is.

Grigg maakt echter een veel te eenzijdige rekening. Het gros van de wetenschappelijke studies toont aan dat wie de auto laat staan voor de fiets voor dagelijkse, korte ritten, daar toch gezondheidsvoordelen uit haalt. De effecten van dagelijks bewegen wegen meer door dan de risico’s van fijn stof en ongevallen. Netto gezien is er voor de meesten onder ons dus een gezondheidswinst, en wie fietst, levert een bijdrage tot de verbetering van de luchtkwaliteit.

Toch is er nog heel wat werk aan de winkel. België en Nederland voeren de Europese ranglijst aan op het vlak van luchtverontreiniging. De achtergrondvervuiling is hier continu behoorlijk hoog. Zelfs wie thuisblijft, wordt blootgesteld aan luchtvervuiling.

Onderweg zijn levert ons echter de grootste dosis op. Uit een onderzoek aan het VITO met koppels waarvan de ene partner thuisblijft, en de ander uit gaat werken, blijkt dat werkende partners aan een veel hogere dosis luchtvervuiling worden blootgesteld. Dat is zelfs het geval bij koppels die dicht bij een drukke weg wonen. Wie gaat werken, is gemiddeld zes procent van de dag onderweg. In die relatief korte periode lopen we maar liefst een derde van onze totale dosis luchtvervuiling op. Dat maakt de vraag wat gezonder is – met de fiets of de auto naar het werk – cruciaal.

Stofzuigers
De voorbije vier jaar screende VITO met een speciale meetfiets de luchtkwaliteit langs verschillende fietsroutes in steden en op het platteland. Met die meetfiets kunnen de concentraties aan fijn en ultrafijn stof en de ademhaling gelijktijdig gemeten worden.

meetfiets
De meetfiets is uitgerust met apparatuur voor fijn en ultrafijn stof.

Wat is te zien: als fietsers dezelfde route volgen als mensen met de auto, dan zijn de concentraties voor beiden ongeveer gelijk. De fietser loopt echter een veel hogere dosis op, omdat hij door de inspanning ruim vier keer meer vervuilde lucht inademt. Een normale concentratie levert zo makkelijker een hoge dosis op.

Fietsers die tussen het verkeer laveren, bevinden zich bovendien dichter bij de bron. De concentratie ultrafijn stof, dat diep in de longen en zelfs in de bloedbaan kan binnendringen, is het hoogst bij de uitlaat van een wagen. Na uitstoting klontert het ultrafijn stof snel samen tot fijn stof en nog grotere deeltjes. Honderd meter van de weg is het aantal ultrafijne stofdeeltjes daarom soms al zeventig procent verminderd.

Langs een fietsroute zijn er vaak lokale verschillen. Bij verkeerslichten en in tunnelmonden – bijvoorbeeld waar het fietspad samen met het drukke verkeer (zoals langs het ringfietspad in Deurne) onder een brug duikt – is de concentratie lokaal verhoogd.

Uitlaat in het bloed
Maar hoe uit die verhoogde dosis zich in ons lichaam? Om dat te weten, lieten de VITO-onderzoekers vrijwilligers twintig minuten fietsen in twee extreme omstandigheden: eerst over het – sterk vervuild – fietspad langs de Antwerpse ring, en daarna in een lab met zuivere lucht. Het verschil in luchtvervuiling kan moeilijk groter in Vlaanderen.

In het bloed van de proefpersonen die net langs de ring hadden gefietst, vonden de onderzoekers een hogere concentratie neutrofielen – een soort witte bloedcellen die de eerste vuurlinie tegen infecties vormen. Dat was niet zo in het lab. Dat wijst mogelijk op primaire ontstekingen in de longen na fietsen in vervuilde lucht.

Uit een andere studie van de Universiteit Hasselt, Leuven en Basel blijkt ook dat luchtverontreiniging, zware fysieke activiteit en deelnemen aan het verkeer de drie grootste uitlokkende factoren voor een hartinfarct zijn. Sporters in de stad ondergaan het volledige trio.

Die uitlokkende factoren zijn vooral gevaarlijk voor mensen met een slechte basisconditie of aandoeningen zoals aderverkalking. Regelmatig bewegen voorkomt dergelijke aandoeningen, en een goede basisconditie maakt je minder gevoelig voor de onmiddellijke impact van luchtvervuiling. Niet meer fietsen is daarom een verkeerde beslissing.

Ozonconcentratie vaak hoger op platteland
Naast fijn stof is ozon een belangrijke luchtvervuiler, vooral op warme zomerdagen. Blootstelling aan ozonvervuiling veroorzaakt bij gevoelige groepen irritatie van neus en keel, niezen, hoesten, kortademigheid en pijn in de borst. Voor fietsers in de stad is ozon echter een minder groot probleem dan fijn stof.

Ozonvervuiling is zelfs vaak groter op het platteland dan in de stad. Ozon wordt niet rechtstreeks uitgestoten, maar vormt zich door de inwerking van zonlicht op vervuilende stoffen. In de buurt van druk verkeer kan ozon reageren met stikstofoxiden, die door auto’s worden uitgestoten. Minder verkeer – bijvoorbeeld op het platteland of in het weekend – zorgt daarom dikwijls lokaal voor meer ozon.

Koolstofmonoxide
Een andere bedreiging – weliswaar in steeds mindere mate – is de blootstelling aan koolmonoxide (CO). Die stof kan zich in het bloed binden aan hemoglobine – onze ‘zuurstoftaxi’ – tot carboxyhaemoglobine. De binding tussen CO en hemoglobine is 250 keer sterker dan de binding tussen zuurstof en hemoglobine. Op die manier is er minder zuurstof beschikbaar voor de weefsels.

Amerikaanse onderzoekers analyseerden in 2004 de concentratie carboxyhaemoglobine in het bloed van vrijwilligers voor en na een halfuurtje hardlopen in New York. De concentratie steeg van 1,7 procent naar 5,1 procent, wat vergelijkbaar is met het niveau bij regelmatige rokers.

De afrekening: voordelen compenseren risico’s
De lange waslijst met gezondheidsrisico’s doet anders vermoeden, maar toch blijft het inruilen van de auto voor de fiets vooral een goede zaak voor onze gezondheid.

Onderzoekers van de Universiteit Utrecht maakten in 2010 de rekening: Wat als een half miljoen Nederlanders voor korte afstanden (7,5 kilometer enkele rit) de overstap zou maken van de auto naar de fiets, en dat op dagelijkse basis?

FietseDe gezondheidswinst van die shift blijkt vele keren groter dan de risico’s. De bijkomende lichaamsbeweging verhoogt de individuele levensverwachting met drie tot veertien maanden. Luchtvervuiling en verkeersongevallen verkorten die winst met respectievelijk 0,8 tot 40 dagen, en 5 tot 9 dagen. Bovendien blijken de voordelen voor de maatschappij nog veel groter omdat de overstap zorgt voor een belangrijke reductie in luchtvervuiling door het verkeer.

Fluohesje of mondmasker?
Minder auto’s en meer fietsers in de stad zal vermoedelijk ook het risico op aanrijdingen verminderen. Uit een Europese studie, gecoördineerd door het Centre for Research in Environmental Epidemology in Barcelona, blijkt dat het risico op een ongeval kleiner is in steden waar veel fietsers zijn. In Parijs bedraagt het aantal enkele fietsritjes ongeveer 160.000 per weekdag. Tussen 2007 en 2009 kwamen gemiddeld 5,3 fietsers per jaar om in een verkeersongeval. In Amsterdam vielen in dezelfde periode gemiddeld zeven slachtoffers per jaar, maar het aantal enkele ritjes (570.000) is er veel hoger. Dergelijke cijfers tonen aan dat autobestuurders en fietsers kunnen leren samenleven.

De kostprijs van niet dodelijke ongevallen, is niet meegerekend in het Nederlandse onderzoek. Omdat fietsers kleine lichamelijke of materiële schade zelden melden, zijn dergelijke cijfers uitermate zeldzaam. VITO volgde daarom een jaar lang 1.187 fietspendelaars.

De schade veroorzaakt door kleine ongevallen blijkt veel groter dan gedacht. De gemiddelde totale kostprijs van een fietsongeval bedraagt 841 euro, of 0,125 euro per gefietste kilometer. Als meer mensen de auto inruilen voor de fiets, zullen er vermoedelijk meer van die kleine ongevallen gebeuren, omdat er meer onervaren fietsers op de weg komen. Investeren in veiligheid – fietspaden weg van de autobaan bijvoorbeeld – is dus minstens even belangrijk als streven naar minder luchtvervuiling.

De rekening overschat mogelijk ook de gezondheidsvoordelen van een overstap naar de fiets, omdat die uitgaat van de gemiddelde bevolking. Als alleen sportieve mensen hun auto aan de kant laten – wat zeker in de beginfase het meest realistisch lijkt – is de gemiddelde gezondheidswinst maar half zo groot. Onsportieve mensen hebben een groot voordeel bij wat meer sport, terwijl die winst voor sportieve mensen veel kleiner is. Voor ‘nieuwe’ fietsers met een goede lichamelijke conditie wegen de risico’s daarom zwaarder door.

Fietsers aan de macht
Om luchtvervuiling te vermijden, komt het er als fietser vooral op aan de meest geschikte route uit te zoeken. Die aanpak heeft in de stad uiteraard zijn beperkingen. Investeren in fietsvriendelijke steden is daarom noodzakelijk. Fiets- en wandelpaden van het verkeer afschermen is een goede optie, het weren van sterk vervuilend verkeer uit de stad – zoals in Amsterdam en Den Haag – is nog beter. In Berlijn zorgde de invoering van zo’n lage emissiezone op relatief korte termijn voor drie procent minder fijn stof, een vierde minder dieselroet en twaalf procent minder stikstofdioxide.

Dit artikel verscheen ook in Eos magazine.

Update

Uit een bachelorstudie aan de Universiteit Antwerpen (2012) blijkt dat van alle bestudeerde fietsroutes de kaaien de hoogste fijnstofafzetting op boomschors vertonen: “Aangenomen wordt dat fijnstofafzetting een representatieve weergave is voor effectieve fijnstofconcentratie in de lucht, en dat de kaaien dus de hoogste fijnstofconcentratie kennen. Dit is een zeer interessant gegeven, aangezien de kaaien een zeer open karakter hebben en gelegen zijn aan de rivier de Schelde. Mogelijke oorzaken voor die verhoogde waarden zijn een vertekende meting, de grote parking voor personenwagens naast het fietspad of fijn stof dat bij noord/noordwestenwind van de haven van Antwerpen de stad in wordt geblazen.”

Delen magShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestEmail this to someone
  • Jos

    Hallo,

    Dank voor jullie zeer goed artikel maar ik word hier echt niet vrolijk van…
    Ik fiets alle dagen van het zuid (museum) naar Deurne Noord (Bosuil) over Plantin Moretus, ring oversteken… dan langs het fietspadje…Xaveriuscollege en door het rivierenhof, wat echt letterlijk alle dagen een verademing is…..
    Heb het ook al eens langs de kaaien (lees dat dat nu ook niet goed is…) geprobeerd, maar zit dan op het einde van park spoor noord zeer gevaarlijk bezig om het sportpaleis te bereiken.
    Ik blijf absoluut fietsen, als iemand betere alternatieven weet: graag!
    En nu snel goede fietspaden aub!
    Blijf zo bezig Velotariër!

    een fan!

    Jos

    • Kim

      Als ik van jou was zou ik ook blijven fietsen. Je leest in het artikel ook dat – ondanks de luchtvervuiling – fietsen de beste optie is. Voor je gezondheid, want je bent in beweging, en voor je medemens, want je draagt niet bij aan de luchtvervuiling of stresserende file. Hoe meer mensen beslissen te fietsen, hoe beter de luchtkwaliteit voor die fietsers. Volhouden dus!

      • Jos

        Totally agree!

  • Geert De Busschere

    Ik fiets al sinds 2006 van en naar het werk. Tot twee jaar geleden bedroeg het dagelijks parkoers 32 kilometer, sinds m’n verhuizing bedraagt het 50 kilometer.

    De weg die ik dagelijks afleg is Boechout – Antwerpen X, het sorteercentrum in het havengebied (naast de vroeger Opelsite). Ik fiets via binnenwegjes van Boechout naar Borsbeek, daar door het centrum en dan naar Berchem. In Berchem draai ik het rode fietspad op naast de binnensingel om dan aan de Stenen Brug naar ’t Schijnpoort te fietsen (langs containerpark van Borgerhout en de ‘2 eitjes’). Via de slachthuislaan en de IJzerlaan bereik ik de Noorderlaan die ik vervolgens volg tot ik mijn eindbestemming bereikt heb.

    In het begin verklaarden de collega’s mij gek. Ik fietste een zekere dood tegemoet. De Noorderlaan staat immers bekend als de dodenlaan (getuige: de vele kruisjes langs de weg van fietsers, bromfietsers…). Toch is mij (hout vasthouden) nog niets overkomen. De angst die voortvloeit uit de drukke laan is volkomen onterecht. Het fietspad is er perfect berijdbaar (ook bij slechte weersomstandigheden) en goed gescheiden van de drukke autoweg.

    Aanvankelijk woog ik 116 kilogram. Ik behoorde, net als vele Vlamingen, bij het soort mensen dat te weinig bewoog. Ik was en ben een Bourgondiër. Ik eet/at graag vlees, drink graag een pint (en meer dan één ook) en ik zou sterven voor een zak frietjes met stoofvlees met héél véél saus en pickles. Op een bepaald moment kreeg ik dan ook te horen van de dokter dat mijn slechte cholesterol véél te hoog was (tot 330 +).

    Nu weeg ik rond 97 kg. Voor m’n lengte (1.87 m) is dat nog steeds te dik. Maar ik heb genoeg beweging nu. Ik fiets elke dag 50 kilometer. Elke dag, hoe koud of hoe nat het ook is en hoe erg het ook stormt. Ik moet geen pilletjes nemen om mijn cholesterol onder controle te houden want de dagelijkse lichaamsbeweging heeft wonderen verricht.

    Waarschijnlijk stel ik me bloot aan de hoogste concentraties fijn stof. En waarschijnlijk verkort ik zo een klein beetje mijn leven. Maar hey, de kwaliteit van mijn leven is er zo erg veel op vooruit gegaan sinds ik resoluut voor de fiets koos als belangrijkste vervoersmiddel. Ik zou mijn stalen rossen niet meer kunnen missen. Ik heb er dan ook drie: een stadsfiets om dagelijks boodschappen te doen en twee mountain bikes om van en naar het werk te pendelen (als er één out is met een technisch defect kan ik steeds op de ander terugvallen).

    Mijn conclusie? Kies voor de fiets. En laat je geen schrik aanjagen door het weer. Of door mensen. Jouw lichaam zal jouw dankbaar zijn!

  • Pingback: Loopmanie - Extrasport // Eigenzinnig sportnieuws()

  • Mike

    Wat mensen wel eens vergeten is dat automobilisten nog vervuilendere lucht inademen dan fietsers of voetgangers, namelijk de uitlaat van hun voorganger. Grafieken laten zien dat de vervuiling verder van de weg snel naar beneden gaat dus ja, de lucht is minder fris naast een drukke weg maar op die drukke weg is het nog erger.