Tips

Op stap met een fietsendief

Delen magShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestEmail this to someone

Aan het station van Antwerpen-Zuid staat zo’n armzalig fietsenstallinkje dat bij de meeste van de kleinere stations in ons land standaard is. Een kramakkelig afdakje waar de boer zijn vee nog niet onder zou laten schuilen. Verlichting met een baard van acht generaties vliegen en nachtvlinders. Fietsen op elkaar gedramd in te weinig rek. Minstens één mismeesterd wrak dat door het achterwiel geknield staat te wachten op verwijdering. Op de grond liggen hier en daar opengereten fietssloten die van nog een andere gruwelijke daad getuigen. Ik zou een verband kunnen zien met de half opgewreten gazellekadavers die natuurdocumentaires spannender maken.

Hoewel het ondertussen van mijn studententijd is geleden dat ik het drama nog moest doorstaan, kan ik me perfect inbeelden hoe de eigenaars van die gekraakte sloten, zich moeten hebben gevoeld. Vaststellen dat je fiets net is gestolen, voelt als gedumpt worden door je lief. Je mist haar of hem meteen keihard, en treurt weg bij al die mooie momenten die je samen hebt beleefd. De fiets van je leven verliezen, dat blijft eeuwig knagen. En zelfs het verlies van een goedkope flirt maakt je tijdelijk gehandicapt. Nadat je het verlies hebt aanvaard, moet je eenzaam een volgestampte bus op, of erger nog: iemand bellen om je te komen halen. Een wrang voorsmaakje van de komende dagen. Tot je een vervanger hebt gevonden.

In België gaat zo om het kwartier een fietser zonder fiets naar huis. Bijna 40.000 keer per jaar. En dat zijn enkel politiestatistieken. In werkelijkheid zijn het er een pak meer, vermoedelijk drie keer zoveel, want de meeste fietsen verdwijnen met niets meer dan een zucht van hun voormalige baasje. We worden niet graag gedumpt, en het is daarom niet onbegrijpelijk dat de angst voor fietsdiefstal één van de belangrijke redenen is om niet te fietsen. Toch blijven fietsen door het gemak waarmee ze te ontvreemden zijn een dankbaar object voor dieven. De pakkans is laag, de verkoopwaarde hoog. En fietsen bezitten onderdelen waar een onverzadigbare zwarte markt voor bestaat: zadels, kinderzitjes, fietsbellen, naafremmen, versnellingen, en zelfs dure kettingsloten, want die blijven met een schakeltje minder en een nieuw hangslot nog altijd duur.

Kniptang, betonschaar, slijpschijf

Ik raap enkele fietssloten. Niet allemaal. Het zijn er teveel voor mijn rugzak. Tientallen. Op een rek voor hooguit vijftig fietsen. Ik wil ze laten zien aan Marc Beek. Hij is al twintig jaar de bekendste fietsendief van Nederland. Ik heb met hem afgesproken in de veel grotere fietsenstalling onder het centraal station. Daar zal hij me tonen hoe ik een fiets kan stelen, om daaruit te leren hoe ik voorkom dat iemand anders de mijne jat. Marc steelt fietsen zoals een sportvisser vissen vangt: de buit geeft hij terug. Het gaat niet om de vangst, wel om het vangen. Hij wil bewijzen dat het kan en zo fietseigenaars pijnlijk duidelijk maken hoe armzalig hun verdediging tegen dieven is.

‘Niemand wil zijn fiets laten stelen. Maar veel fietsers beseffen niet dat het met hun fiets kan gebeuren. Een goedkoop slotje zal het in hun ogen wel doen. Voor de meeste sloten die hier hangen heb je mijn advies niet nodig. Iedereen met een beetje verstand weet dat ze niet sterk genoeg zijn. Of dat enkel sluiten door het voorwiel niet meer is dan een leuke puzzel voor een dief: nadat jouw voorwiel van de fiets is losgedraaid, maak ik met het gestolen voorwiel van een andere fiets een complete, nieuwe fiets.’

Mijn velo
Op heel de wereld was 't er maar éne
 gene tweede bestaat er die past veur mijn benen
 't was juste mijn mate, niet te klein of te groot
 je mag heel gerust zijn, den dief schiet ik dood
Willem Vermandere

Bewustmaking door campagnes helpt volgens Marc niet. ‘De beste preventie tegen fietsdiefstal is je eigen fiets gestolen worden. Of te zien dat het kan. Daarna koopt bijna iedereen een beter slot.’ Daarom geeft hij ondertussen al twintig jaar demonstraties aan fietsers, politie en organisaties. Eerst in Nederland, maar ondertussen ook in België, Duitsland en Groot-Brittannië. Aan fabrikanten van fietssloten die de term ‘onsteelbaar’ durven hanteren, laat hij weten hoe hij het slot toch heeft geopend. Zo slaagde Marc er onder andere in om een smal beugelslot uit de handel te laten halen nadat bleek dat het superslot met een fietskader als hefboom plots niet meer zo super bleek te zijn. Een andere fabrikant haalde een even onbetrouwbaar slot niet uit de handel, maar plaatste een ironische waarschuwing op de verpakking: “beschermt enkel tegen ongevraagd lenen”.

De demodief blijft bij met de nieuwste technieken door achtergelaten fietssloten te analyseren, en zelfs door zich door actieve fietsendieven in een verdoken steegje te laten bijscholen. ‘Die zijn vaak zo trots op hun nieuwste techniek – zelf gevonden! – dat ze die niet geheim kunnen houden.’
Marc en ik doorlopen twintig meter fietsrek. Hier geen fietsslotenkerkhof zoals in het zuidstation, maar dat komt vooral omdat de opzichters geknipte sloten regelmatig verwijderen. Dat bevestigt de opzichter van de stalling, die nieuwsgierig is naar wat we van plan zijn met de betonschaar die Marc net uit zijn sjofele trolley heeft opgevist. Vooral in de zomer en bij het begin van het academiejaar vallen er veel slachtoffers. Dat doet vermoeden dat hier vooral gelegenheidsdieven actief zijn die geen tijd hebben om de bus te nemen. ‘De meeste gestolen fietsen blijven in hun thuisstad. Ze worden na gebruik ergens achtergelaten of verkocht aan fietsers die niet veel willen betalen voor een mooie fiets, omdat hun eigen fiets net is gestolen. Zo blijft de carrousel draaiende.’

Ik zeg dat het me verbaasd dat er ondanks het toezicht toch nog fietsen verdwijnen. Marc haalt zijn schouders op, en antwoordt door zijn wijsvinger op een goed onderhouden vintagegroen getinte damesfiets te richten. De fiets is letterlijk aan het rek geknoopt met een anorexielijdend krulslotje. ‘Wil je ’m hebben?’ Marc zwaait met een klein, zwarte tangetje dat hij uit zijn mouw heeft getoverd. ‘Tien seconden werk, en voor omstanders zal het lijken alsof ik braafjes mijn eigen fiets aan het openmaken ben.’

slot3

De mooie damesfiets is niet het enige gewillige slachtoffer in dit rek. Van de eerste twintig fietsen die we bekijken zijn er achttien op een gelijkaardige manier te stelen. Ik lees in Marc zijn ogen dat hij dat het liefst ook zou doen. Gewoon om te bewijzen dat hij het kan. Lang zou het niet duren. Fiets per fiets schat Marc de nodige tijd in. Een cijferslot, tien seconden. Een krulslot, dertig seconden. Een kabelslot, minder dan een minuut. Maar hoe groot ook de goesting, vandaag blijven alle fietsen staan. Marc zal zijn gelijk bewijzen op gelijkaardige fietssloten die hij heeft meegebracht.

‘Als dief ken je de zwakheden van elk slot. Het is kiezen tussen drie stukken standaardgereedschap: een kniptang, betonschaar of slijpschijf.’ De uiteenzetting die daarna volgt, doet me denken aan het spelletje Blad, Steen, Schaar, maar dan in de variant Kniptang, Betonschaar, Slijpschijf. Het gereedschap dat een bepaald type slot opent, is nutteloos op een ander type, en omgekeerd. Er is geen meestertechniek. De zwarte kniptang kraakt krul- en kabelsloten als okkernoten, maar is waardeloos op een ketting- of beugelslot. Een betonschaar knipt in seconden door een magere ketting, maar heeft de grootste moeite met een – nochtans veel zwakker ogend – kabelslot. Marc geeft ook toe dat je met zo’n gigantisch stuk gereedschap dat ‘dief!’ schreeuwt niet ongezien door de rekken loopt. Wapen nummer drie, de slijpschijf, opent beugelsloten en dikke kettingsloten, maar is een nog veel grotere aandachtstrekker. Daarom is dit soort sloten voor een dief alleen aantrekkelijk als de fiets echt de moeite is, of naar huis meegenomen kan worden. ‘Omdat je als dief liever niet met al je gereedschap op pad gaat, blijft de fiets die met meer dan één type slot gesloten is, én ergens aan vast staat, net iets langer staan dan de rest’, vat Marc samen. ‘Zowel de fiets als beide wielen moeten vastgezet worden. Het achterwiel, dat moeilijker te demonteren is, kan met een relatief eenvoudig slot vastgemaakt worden aan het frame, bijvoorbeeld met het populaire hoefijzerslot onder het zadel of een beugelslot. Vervolgens moet het fietskader met een hoogwaardig slot aan een vast object worden vastgezet. Samen met het fietskader pak je ook het voorwiel mee. Het slot waarmee de fiets aan een fietsrek is verankerd , bepaalt of de fiets meegaat of niet. De maatstaf voor dat slot is het niveau waarmee andere fietseigenaars hun fiets vastzetten. Sluit je fiets daarom altijd met betere sloten dan gelijkwaardige fietsen in hetzelfde rek. De dief kiest immers meestal de snelste optie. Zorg dat jij die niet bent. Dat klinkt hard voor je medefietsers, maar ook in het fietsrek geldt de wet van de sterkste.’

Weerloze mamafietsen

Het niveau in dit fietsenrek ligt volgens Marc trouwens bedroevend laag. Piesslotjes die enkel beschermen tegen ongevraagd lenen. Je hoeft hier dus niet perse een uitermate duur slot te hangen, zorg gewoon dat je altijd boven het niveau in het rek sluit. Wanneer dat niveau toeneemt, koop dan een nog beter slot. Maar een goed slot is maar het halve werk. Marc speurt langs de rand van de fietsenstalling. ‘Bingo!’ Zijn enthousiasme komt door een zichtbaar dure en splinternieuwe stadfiets die eenzaam in een hoek achteraan de stalling staat geparkeerd. Een moederfiets, verraden het mandje op de voordrager en het kinderzitje achterop. Marc pakt de fiets op, en verplaatst ze enkele meters. ‘Moederfietsen als deze zijn heerlijke buitenkansjes voor dieven. Ouders zijn gejaagd. Snel de kinderen naar school brengen, traantjes drogen, daarna snel de trein halen. En dan planten ze hun dure fiets haastig naast het rek. Tijd om een goeie ankerplek te zoeken hebben ze niet. Angst dat de fiets gestolen wordt evenmin, want de verkoper heeft er een slot van honderd euro rond gehangen. Helaas voor mama, maar ik pak de fiets gewoon op en neem ze mee naar een locatie waar ik ongestoord het slot kan slijpen. Ik draag een net pak om minder argwaan te wekken, en aan iedereen die me vragend aankijkt, zeg ik dat mijn vrouw nog maar eens dat klotesleuteltje heeft verloren. Niemand zal me tegenhouden. Mijn buit is een dure damesfiets, met een duur kinderzitje, mandje en soms nog fietstassen als extraatje.’

Fietsendief09Ook wanneer we even later over de Meir wandelen, wijst Marc me op het grote aantal fietsen dat nergens aan vast staat. ‘Fietsers hebben de neiging om hun fiets altijd voor de deur te parkeren. Een fietsrek vierhonderd meter verderop is gewoon te ver. Dat is nu eenmaal zo, en stadsplanners zouden daar rekening mee moeten houden. Door fietsrekken te plaatsen waar fietsers hun machine parkeren bijvoorbeeld, en niet daar waar het wiskundig gezien het best uitkomt. Het resultaat is wat we hier zien: een bosje fietsen los tegen een muur, en even verderop een nieuw, maar leeg fietsrek.’

Het is niet volgens Marc niet zo dat fietsen in een drukke straat als de Meir minder worden gestolen. ‘Overdag parkeer je beter niet op een drukke plek. De handelingen van de fietsendief kunnen verhuld worden door de bewegingen van anderen en maar weinig mensen treden op wanneer ze zien dat iemand een fiets steelt. ’s Avonds staat de fiets beter wel in het zicht. Dan is de duisternis de beste vriend van fietsendieven.’

Andere onuitputtelijke bronnen voor dieven zijn parkeergarages van een appartement- of kantoorgebouw, of woonwijken waar fietsen achteloos tegen de gevel rusten. Het besef dat je fiets op dergelijke plaatsen gestolen kan worden, is klein. Toch gelden daar dezelfde regels als op straat. Er staat zelden een fietsrek voor je deur, maar aan je eigen gevel heb je wel de mogelijkheid om het één en ander zelf te organiseren. Zoals een haak verankerd in de muur. Een dekzeil beschermt je fiets niet enkel tegen de regen, maar ook tegen jaloerse ogen. Of plaats een fietsbox, een persoonlijke garage voor je fiets. Dat kan in je eigen voortuin, of peil bij de stad naar interesse om boxen in de straat te plaatsen.

Even dankbaar als de moederfiets noemt Marc de vaak gebruikte tactiek van de prullige stationsfiets. ‘Die is niet zo veilig als pendelaars of hoofdzakelijk studenten vermoeden. Typische stations- of studentenfietsen vormen een prima bevoorradingsmethode voor dieven. Die weten dat de ex-bezitter van dit soort fiets geen enkele moeite zal doen om de fiets terug te krijgen. De buit is dus veilig door te verkopen. De lol is dat de nieuwe eigenaar wederom geen goed slot voor de goedkoop verkregen fiets koopt, dus terugjatten is een fluitje van een cent. Een goeie fietsendief kan dezelfde fiets meermaals stelen en verkopen.’ Studenten houden het stelen van elkaars fietsen op een gelijkaardige manier in stand. Hun eigen fiets wordt gestolen, waarna ze besluiten om zelf op dievenpad te trekken. Marc adviseerde Leuven en Gent daarom om studenten wiens fiets gestolen is tegen geringe kosten een huurfiets aan te bieden. ‘De studenten springen voorzichtiger met dat soort fietsen om. Ze worden beter gesloten, en zijn bovendien minder anoniem, waardoor ze ook minder worden gestolen.’

Welk slot?

Cijfer- en krulsloten bieden zoals verwacht de minste weerstand. Dit type slot gebruik je dus beter gewoon niet. Ze gaan open met een eenvoudige kniptang. En naast dat standaardgereedschap beschikken ervaren dieven over nog een altijd voorradige joker. Met een metalen fietsstaander bijvoorbeeld kan je een krul- of kabelslot opwinden tot de ijzerdraad binnenin letterlijk scheurt. Het populaire studententrucje gaat volgens Marc wat minder lekker sinds fabrikanten er elastisch koper in verwerkten, maar uiteindelijk gaan ze allemaal open.

Ook de meest obese (pantser)kabelsloten, die je ook vaak rond bromfietsen ziet hangen, blijken verbazend eenvoudig te verschalken. Pantserkabelsloten zijn volumineus, want ze bestaan uit ronde buisvormige schakels rond een dun staalkabeltje. Marc pulkt er met de tang eerst het plastic omhulsel vanaf, en toont daarna hoe je de draadjes binnenin desnoods één voor één kan knippen. ‘Dat ze zoiets durven verkopen’, zucht hij bij zowat elke knip.

Een eenvoudige ijzeren ketting met molslot is het volgende dat eraan moet. Je ziet ze volgens Marc niet meer in Nederland. Daar gebruiken alleen boeren ze nog om een stal mee af te sluiten. Koeien hebben geen betonscharen. Dieven die niet willen opvallen ook niet, maar daar hebben ze een oplossing voor. De echte zwakke plek van dit slot zijn niet de grijze schakels, maar het molslot waarmee de ketting dichtgaat. Het goudkleurig lichaam is veel zwakker dan het grijze gebogen sluitarmpje. Die laatste kan je daardoor als aambeeld gebruiken, en met een hamer of steen het gouden lichaam ertussen aan diggelen slaan.

Kettingen die hun job wel doen zijn gemaakt van verhard staal. Een geharde stalen ketting is te herkennen aan de platgeslagen zilver- of geelkleurige schakels. Eromheen kan een zwarte of een gekleurde hoes van geweven stof of van fel gekleurd, doorzichtig plastic zitten. Fabrikanten maken het ijzer in de ketting harder door er bijvoorbeeld koolstof aan toe te voegen en het vervolgens een warmtebehandeling te geven: verhitten en daarna snel afkoelen waardoor staal in hardere toestand stolt, of door het plat te walsen zoals een trein die over ijzeren rails rijdt. Door slim te combineren tussen legering en koude en warme bewerkingen krijg je een metaal dat zowel sterk is als taai. Alleen sterk staal breekt te makkelijk, alleen taai staal knipt te makkelijk.

Duurdere kettingen hebben de meeste behandelingen gekregen en zijn daarom duurder. ‘Gehard staal van zes millimeter is nog te knippen met een betonschaar, maar de bek van de schaar lijdt daar wel onder. De fiets moet daarom meer opleveren dan de schaar heeft gekost. Dikker dan acht millimeter is niet meer te knippen door mankracht. Dan ben je veilig als je fiets vaststaat. Nog dikker is zinloos, want na verloop van tijd wordt het fietsrek de zwakste schakel, en knip ik de fiets gewoon los van het rek om de diefstal thuis af te werken. Dure kettingsloten zijn bovendien vaak een extra motivatie voor fietsendieven om je fiets te stelen. Met een nieuw slot erop krijg je er vaak nog een paar tientallen euro voor.’

Een hoefijzerslot (of ringslot) onder het zadel is enorm handig omdat je het nooit kan vergeten. En je hoeft het nooit te dragen. Het is zo populair dat het op heel wat fietsen standaard wordt gemonteerd. De hele oude modellen, met een metalen behuizing, zijn makkelijk te forceren als je fiets losstaat. Dan heft een dief de fiets op aan het zadel, waardoor het achterwiel los van de grond komt. Na een klein sprintje met de fiets (het voorwiel is nog vrij) laat hij het achterwiel krachtig vallen, waarna het ringslot door de slag afbreekt. Met de huidige modellen, met een behuizing van plastic, lukt dat niet meer. ‘Die zijn alleen met een hamer, nijptang en schroevendraaier, en heel wat knoeiwerk, open te krijgen. Een geforceerd ringslot laat bovendien blijvende schade na op het fietskader, wat kopers zou moeten waarschuwen dat hen een gestolen fiets wordt aangeboden. Hier lukt het daarom stilaan niet meer om deze fietsen te verkopen, en daarom duiken ze steeds vaker op in Duitsland of Frankrijk.’ Alleen een hoefijzerslot heeft het nadeel dat de fiets nergens aan vaststaat. ‘De fiets is eenvoudig op te pakken en mee te nemen. Daarom combineer je het best met een kabel of – beter – een geharde stalen ketting.‘

slot2

De winnaar in onze clash der fietssloten is een stevig, breed beugelslot. Als is winnaar relatief. Marc spreekt eerder van het ‘minst steelbare’ slot. ‘Elk slot gaat open met het juiste materiaal. Maar om een stevig beugelslot te breken heb je al een slijpschijf nodig. Dit slot kan een dief dus alleen openen als er een stopcontact in de buurt is, of door de fiets mee te nemen.’ En er bestaat nog een andere, meer wreedaardige techniek. ‘Wanneer een fiets met een beugelslot aan een paal of brugleuning vaststaat, kan een dief het geheel draaien. De fiets of de leuning werken dan als een breekijzer voor het slot: een goedkoop beugelslot knalt meteen open. Met een duurder slot lukt dat niet, maar loop je de kans dat de fiets verbogen is. Een dief met goesting durft zo negen fietsen te vernielen om de tiende toch te kunnen pikken. Beperk daarom de bewegingsvrijheid van het slot. Bevestig een beugelslot door het fietskader en een wiel, of door meerdere stangen, zodat het geheel niet uitnodigt om ermee te tollen.’

Herken rommel

Marc en ik stappen een fietsenwinkel binnen. Hij wil me tonen welke beugelsloten zich lenen voor de truc. ‘De mate waarin de beugel in het slot beweegt, is een maat voor de kwaliteit van het sluitwerk. Net zoals het geluid dat ook is. Hoe meer speling in de sluiting, en hoe holler de kop klinkt, hoe meer de beugel uitnodigt om de truc uit te halen. Een sleutel met maar weinig inkepingen wijst op weinig variatie in de aanmaak van verschillende sleutels, een indicatie dat op de maakkosten van de rest van het slot mogelijk is bezuinigd. Laat je ook niet vangen door gewicht.

Fabrikanten van fietssloten weten dat een slot dat er kloek uitziet en zwaar aanvoelt een koper die over weinig technische kennis beschikt sneller overhaalt om net dat slot aan te schaffen. Het komt daarom voor dat een slot met lood is verzwaard. Buiten het verkoopsargument is die ingreep zonder enig nut, integendeel, want een betonschaar snijdt lood als plakjes kaas.’ Het probleem is dat de verzwaring oppervlakkig vaak niet meteen te zien is. Bij kettingsloten is dat wel zo. ‘Hebben die een mat grijs kleurtje, dan zijn ze vermoedelijk nep. Verhard staal is goudkleurig. Maar ook dat weten producenten, en soms voorzien ze een loden ketting van een gouden laagje om consumenten op het verkeerde been te zetten. Je kan een nep kettingslot ontmaskeren door het met een simpel ijzerzaagje te bewerken. Gehard staal laat zich immers niet zagen.’

Marc geeft toe dat het niet hoort dat fietsers een pas aangekocht fietsslot zelf op breekbaarheid zouden moeten testen. ‘We hebben kwaliteitslabels nodig, en gelukkig lijken die er stilaan te komen. In Nederland keurt de Stichting ART fietssloten en voorziet ze van een kwaliteitslabel. Dan kan je in de winkel meteen zien of je een één of viersterrenslot in je handen hebt. Op de website (stichtingart.nl) vind je een lijst.’

We verlaten de fietsenwinkel. Voor Marc en ik afscheid nemen, wil ik hem toch nog één laatste vraag stellen. Of zijn eigen fiets ooit is gestolen? Marc slaat een schaterlach. ‘Schrijf dit maar niet in je boek. Het is mij ooit overkomen terwijl ik voorlichting gaf over – inderdaad – hoe een fietsdiefstal te voorkomen. Ik demonstreerde de toeschouwers hoe makkelijk het fietsslot openging, en beantwoordde vervolgens hun vragen. Toen ik mij omdraaide om de fiets er bij te halen, merkte ik dat ie weg was. Daar ging mijn winst en beroepseer. Gelukkig geloofde iedereen dat het bij de show hoorde.’

Posttraumatische acties

Het beste eerbetoon aan je gestolen fiets is aangifte doen. Al is het maar voor de statistieken. Maar zo krijgen we fietsdiefstal wel op de prioriteitenlijst van de politie. En wanneer je fiets toch wordt teruggevonden, dan zie je hem alleen terug als hij is aangegeven. Speur ook meteen op zoekertjeswebsites naar je fiets. Fietsdieven willen vaak zo snel mogelijk van hun gestolen waar af. Staat hij ertussen? Maak dan een afspraak, en vraag de politie om je daarbij te vergezellen. Een andere zoekmachine voor gestolen fietsen is de website www.gevondenfietsen.be, die gevonden fietsen waarvan de eigenaar onbekend is verzamelt.

Het is vaak niet slecht om een nieuwe, dure fiets te verzekeren. Mijn vriendin betaalde voor haar nieuwe fiets van 700 euro een diefstalverzekering van 50 euro voor een periode van drie jaar. Als de fiets gestolen wordt, krijgt ze 90 procent van de originele waarde terugbetaald. Dat lijkt mij een goede deal, als je weet dat het risico op diefstal bestaande is, in tegenstelling tot heel wat andere verzekeringen voor pech die om de miljoen jaar of meer voorvalt.

Koop geen gestolen fiets

40.000 gestolen fietsen per jaar. Mogelijk drie keer zoveel. Waar gaan die toch allemaal naartoe? Ze duiken op in waterlopen, worden opnieuw gestolen of kwijnen langzaam weg in een fietsrek. Maar ze worden vooral doorverkocht. Op straat en vlooienmarkten, via het internet, maar af en toe zelfs in fietsenwinkels die tweedehandsfietsen aanbieden. Honderd procent zeker dat je niet op het punt staat om iemand anders gestolen fiets te kopen, ben je eigenlijk nooit. Maar er zijn een paar zaken die verraden het om een gestolen fiets zou kunnen gaan. Let op littekens op het kader die mogelijk veroorzaakt zijn door een tang, een onleesbaar gemaakt framenummer of een opengebroken of verwijderd beugelslot. Te goedkoop is ook verdacht. En als je via het internet koopt, spreek dan bij de verkoper thuis af. Let erop of de fiets bij de verkoper past, en als dat niet zo is, vraag dan naar de afkomst van de fiets. Als er een geurtje aan zit, koop de fiets dan niet. En oh ja, steel zelf geen fietsen…

Marc’s favoriete sluitcombinaties

Fietsendief02Als je fiets langere tijd of een overnachting op straat doorbrengt, zet hem dan altijd met beide wielen vast. Het achterwiel maak je vast aan het fietskader. Het kader en voorwiel zet je aan een vast object vast. Op een koersfiets heb je misschien liever geen zware sloten mee op zak. Daarvoor is een trucje: verwijder het voorwiel, plaats de fiets achterwaarts in het rek en sluit vervolgens kader en beide wielen in één beweging aan het rek.

Hoefijzerslot + Ketting of Beugel. Een hoefijzerslot onder het zadel is enorm handig omdat je het nooit kan vergeten. En je hoeft het nooit te dragen. Het is zo populair dat het op heel wat fietsen standaard wordt gemonteerd. Op de oudere modellen na zijn ze moeilijk te forceren, dus behoorlijk betrouwbaar. Met alleen een hoefijzerslot staat je fiets nergens aan vast, dus combineer je best met een ketting- of beugelslot.

Kettingslot + beugelslot. Een kettingslot is meestal gebruiksvriendelijker dan een beugelslot. Beide wielen en het frame met een zware ketting trachten vast te zetten lukt echter niet, of levert een zeer zwaar en kostbare ketting op. Daarom maak je een combinatie van de twee.

Beugelslot + kabelslot. Met de beugel zet je het frame en een wiel aan een rek vast, met de kabel (die je met de beugel sluit) zet je het tweede wiel vast.

Er raakten geen fietsen gewond tijdens het maken van deze reportage.

Tekst: De Velotariër
Foto’s: http://www.martinbing.com/

Website van fietsendief Marc Beek: http://www.beewise.nl

Delen magShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterPin on PinterestEmail this to someone